Sport en beweging

Bewegen en sport bij MS: aangetoonde effecten en begeleiding

Personen met MS werden tot voor kort vaak afgeraden om fysieke inspanningen te leveren, omdat dit zou kunnen leiden tot oververmoeidheid, een toename van klachten en een mogelijk verhoogd risico op een opflakkering. Als gevolg hiervan stoppen heel wat mensen met het beoefenen van een geliefde sport of actieve levensstijl. Ook familie en vrienden hebben soms de neiging zich (over)beschermend op te stellen en gezamenlijke lichamelijke activiteiten af te bouwen. Een bevraging bij 100 personen met MS (Stroud et al, 2009) wees uit dat onder hen voornamelijk het idee bestond dat bewegen en sporten (te) vermoeiend is en dus niet aan te raden. Bovenvermelde factoren hebben dikwijls als gevolg dat personen met MS een verminderde algemene fysieke fitheid vertonen, zelfs onafhankelijk van de directe impact van mogelijke symptomen zoals afgenomen spierkracht of toegenomen spierstijfheid.

Wetenschappelijke studies toonden in de afgelopen jaren duidelijk aan dat fysieke inspanningen niet moeten vermeden worden: er werd bij trainingsstudies géén verhoogd risico op een opflakkering waargenomen, noch was er sprake van een permanente toename van symptomen of vermoeidheid. Integendeel, trainingprogramma’s kunnen een daling van het algemene vermoeidheidsniveau, evenals een wezenlijke stijging in spierkracht, uithouding en functionele capaciteit (zoals de wandelafstand) teweegbrengen. Vooral activiteiten die gericht zijn op cardiovasculaire uithouding (wandelen, fietsen, lopen...) zijn vanuit wetenschappelijk standpunt aan te raden en reeds doelmatig bij training aan een lage intensiteit. Krachttraining die geleidelijk opgebouwd wordt, blijkt eveneens effectief te zijn. Gunstige lichamelijke effecten zijn het grootst bij personen die voordien weinig fysiek actief waren en kunnen reeds na 2 tot 3 maanden bereikt worden mits regelmatige inspanning (2 à 3 x per week). Evenwel, bij vrijwel iedereen zorgt oefenen ervoor dat men zich beter in zijn/haar vel voelt doordat een groter effectiviteitgevoel verkregen wordt (wat betekent dat er wordt gefocust op wat men wel nog kan). Bewegen in groep heeft ook zo zijn voordelen: het is aangetoond dat personen die plezier hebben in beweging en sociale steun vinden bij elkaar (en familie, hulpverleners), meestal een grotere fysieke activiteit/fitheid verkrijgen.
De soort fysieke inspanning (van een geliefkoosde sport zoals zwemmen of fietsen tot uitbundig zumba-dansen, of gecontroleerd bewegen via bodysculpt of tai chi) lijkt niet dermate belangrijk te zijn om gunstige effecten en positief welbevinden te bewerkstelligen. Wel is het een feit dat de lichamelijke effecten die optreden trainingsspecifiek zijn: krachttraining leidt niet automatisch tot een betere uithouding en vice versa. Het is dus belangrijk om je eigen specifieke doelstelling(en) duidelijk op voorhand te bepalen (kies je voor kracht of uithouding of lenigheid of misschien wel een combinatie?).

Bij elke inspanning die geleverd wordt, is het steeds belangrijk dat je je eigen lichaam verzorgt en lichaamssignalen leert interpreteren om niet over je grenzen te gaan. Het kan erg zinvol zijn om een aantal keren begeleid te worden tijdens fysieke training. Een MS-deskundige kinesitherapeut kan je:

  • correcte stretchingstechnieken aanleren om spierspanningen te minimaliseren en spierverkortingen te vermijden;
  • een oefenprogramma bezorgen dat afgestemd is op je eigen fysieke mogelijkheden en doelstellingen (dit kunnen bv. kracht- en evenwichtsoefeningen zijn ter voorbereiding van golfen, terwijl inspanningstraining vereist is ter voorbereiding van wielrennen);
  • prestaties evalueren en het trainingsprogramma aanpassen indien nodig (recupereer je wel snel genoeg na training of vinden er bijkomende functionele veranderingen plaats? Het is niet de bedoeling dat je thuis minder kan verrichten doordat je aan het bewegen slaat of net minder goed gaat stappen doordat je jezelf overbelast);
  • informeren over lichaamssignalen die je in de gaten dient te houden die gerelateerd kunnen zijn aan MS of net niet (rugpijn kan bv. het logische gevolg zijn van een overdaad aan fysieke inspanning, vergelijkbaar met wanneer je te lang in de tuin hebt gewerkt, maar kan eveneens optreden doordat je compenseert voor spierzwakte in je been).

Kortom, door een aantal begeleide trainingssessies te volgen, verkrijgt men zelf meer deskundigheid omtrent het lichamelijke bewegingsapparaat en het fysieke functioneren en kan men een grotere controle uitoefenen op de eigen lichaamsbeleving.
Ten slotte is het geweten dat eenzelfde persoon met MS variabel kan zijn in zijn/haar fysiek presteren: op sommige dagen kan het best wel eens minder goed gaan en dien je je niet te verplicht te voelen om je oefenprogramma tot in de puntjes uit te voeren.

Peter FEYS, REVAL onderzoeksinstituut, PXL/Universiteit Hasselt
Paul VAN ASCH, Fit-Up, Kontich

Referenties:
- Feys & Van Asch (2006-2007). ‘De rol van de kinesitherapeut in een vroeg stadium van multiple sclerose.’ Jaarboek voor kinesitherapeuten Motl & Snook (2008). Physical activity, self-efficacy, and quality of life in multiple sclerosis. Ann Behav Med
- Dalgas et al. (2008). Multiple sclerosis and physical exercise: recommendations for the application of resistance-, endurance- and combined training. Multiple Sclerosis
- Motl & Snook (2008). Physical activity, self-efficacy, and quality of life in multiple sclerosis. Ann Behav Med
- Stroud et al (2009). The perceived benefits and barriers to exercise participation in persons with multiple sclerosis. Disability Rehabilitation 21: 1-7.

Steun online

U kan de MS-Liga Vlaanderen o. a. steunen door een onlineschenking.

Voor giften vanaf 40 euro ontvangt u van ons een fiscaal attest.

Steun ons

Vragen?

Aarzel niet om ons te contacteren.