Anita Franckx

Naam: Anita Franckx
Leeftijd: 57 jaar
Type MS: relapsing-remitting
Jaar diagnose: 2006


In mei 2006 kreeg ik de diagnose MS na allerlei onderzoeken. Het begon allemaal met gevoelloosheid in mijn rechtervoet dat tegen de tijd dat alle onderzoeken achter de rug waren al opgeklommen was tot in mijn bil. Ik moest echt kijken om te gaan zitten, want voelde niet of ik zou zitten.
Achteraf gezien waren er al eerder kleine ongemakken opgetreden, die ik in de verste verte niet met MS zou in verband gebracht hebben, laat staan dat ik al wist wat je moest voelen/doorstaan als je MS had. Buiten de actie BOEMERANG destijds had ik nog nooit van MS gehoord. Dat was zoiets als een “ver-van-mijn-bed” toestand. Ondertussen weet ik natuurlijk wel beter.
De weken voordat ik de diagnose kreeg, voelde ik mij echt niet goed in mijn vel. Ik was onzeker over mijn mogelijkheden om nog te blijven werken, want blijkbaar maakte ik toch allerlei fouten in mijn typewerk - waarvan ik mij niet bewust was - en kon ik niet meer volgen in sommige zaken. Ook het geroezemoes in de kantoren en in de eetrefter werden mij te veel. Emotioneel stond ik op een laag pitje.
Nadat de diagnose was gesteld had ik zoiets van “er scheelt toch wel echt iets met mij en het is geen inbeelding dat het soms niet meer gaat”.
Mijn directe chef was heel meelevend en ik kon bij haar terecht als ik al eens een schouder nodig had om op uit te huilen. In eerste instantie kon ik dat niet bij mijn man. Die had het op zijn manier waarschijnlijk ook moeilijk om te moeten aanvaarden dat ik beperkingen had en niet meer kon doen wat ik vroeger wel kon.
Vanaf november van dat jaar kreeg ik toestemming van de neurologe om kinesitherapie te gaan volgen. Gelukkig kwam ik bij een heel bekwaam iemand terecht die ik nog steeds dankbaar ben, want dankzij hem sta ik nu waar ik sta. Ik ben er zeker van dat ik anders in een diepe put zou terechtgekomen zijn. Hij oefent niet enkel kinesitherapie uit, maar kon mij ook zodanig tot rust doen komen dat de momenten waarop ik mij “slecht” voelde minder werden. Hij heeft mij ondermeer geholpen om de dood van mijn schoonvader te accepteren/verwerken zonder een opflakkering tot gevolg te hebben.
Over de neurologe in het ziekenhuis was ik niet zo tevreden. Toen ik op één week tijd tweemaal een - volgens mijn huisarts - opflakkering deed, zodat hij mij Medrol moest toedienen en bij de neurologe kwam, kreeg ik te horen dat het maar om een opflakkering ging en ik zeker geen andere behandeling nodig had. Zij had mij wel “toevertrouwd” aan mijn huisarts voor verdere opvolging!
Op een gegeven ogenblik hoorde ik van een persoon uit de praatgroep - waar ik ondertussen bij aangesloten was - dat zij bij een andere neurologe ging, niet in het ziekenhuis, maar privé. Ik kreeg de gegevens door en nam contact op met deze neurologe. Vanaf de eerste raadpleging voelde ik mij goed bij haar. Zij behandelt mij als een persoon en niet als een nummer zoals je soms wel hebt in een universitair ziekenhuis. Mei 2007 besliste zij dat ik in aanmerking kwam voor een behandeling met Copaxone. Alles werd geregeld en de verpleegkundige van Copaxone kwam aan huis uitleggen hoe ik zelf inspuitingen kon zetten (dagelijks onderhuids). Dat schrok mij wel eventjes af, maar ik dacht “als mensen met diabetes dat kunnen, moet dat bij mij ook lukken”. Ondertussen zijn we bijna 5 jaar verder en ik heb nog steeds mijn dagelijks spuitje. Het is eigenlijk routine geworden om ’s morgens als ik mijn ontbijt klaarmaak, ook mijn spuitje uit de koelkast mee op mijn dienblad te leggen. Aanvankelijk had ik wel last van roodheid en occasioneel ook een IPIR (immediate past injection reaction) of een onmiddellijke reactie na inspuiting. Dat is nu ook allemaal voorbij.
Om eventjes terug te komen op de praatgroep - zie hierboven - daar wil ik toch wel een pluimpje voor opsteken. Via mijn maatschappelijk werkster ben ik hierbij terechtgekomen en dit sinds november 2006. We zijn een compacte groep die elke eerste donderdag van de maand bijeenkomt. Nu moet men niet denken dat we enkel over MS praten. Iedereen kan zijn probleem kwijt bij de anderen, omdat iedereen weet waarover gesproken wordt als het over MS gaat. Maar er komen evengoed andere onderwerpen - al dan niet op voorhand gecommuniceerd - aan bod en onze “moderator” houdt in de gaten dat iedereen zijn zegje kan doen. Er wordt al eens gelachen om één of andere ludieke anekdote, zodat de stemming steeds positief is. We hebben er eentje op enkele maanden tijd helemaal zien “veranderen” van iemand die down was, naar iemand die vol enthousiasme over allerlei praat. Elke maand kijken we ernaar uit om samen te komen, zelfs al duurt deze gespreksavond van 19.30 tot 21.30 uur. Toch zijn de meesten er elke maand bij. Natuurlijk is dit zonder verplichting en enkel indien we het fysiek aankunnen, zoniet geven we een seintje dat we niet aanwezig zullen zijn. Enkelen van de groep gaan ook regelmatig naar de fitness, zij zijn in het project van Respiro gestapt en vinden hier ook baat bij.
Er zijn ook wel zelfhulpgroepen, maar die werken op een heel ander niveau, denk ik. Zelf ben ik er nooit naartoe geweest, hoewel er hier ook eentje is. Maar de “Praatgroep +50” geeft voldoening en ondertussen kennen we elkaar al wat beter. We verwelkomen de nieuwkomers met open armen. Dit betekent dan wel dat er weer een nieuwe diagnose gevallen is en die persoon behoefte heeft om over het PmMS zijn te kunnen praten met lotgenoten.
Sinds februari 2008 werk ik nog 4/5e met de woensdag als rustdag. Maar die gebruik ik niet enkel om echt te rusten, want om de twee weken halen we onze kleindochter ’s middags van school en hebben we daar onze ontspanning mee.
Ik voel me goed, weet dat ik beperkingen heb, maar daar houd ik rekening mee. Als we in het weekend ergens naartoe willen, dan is het maar één dag op de twee en de andere dag is om gezellig thuis te zitten en mij aan één van mijn hobby’s te wijden (brieven schrijven naar mijn pennenvrienden, wenskaarten maken, breien, lezen). Mijn echtgenoot, die al meer dan 15 jaar thuis is na collectief ontslag bij zijn werkgever, was al gewoon om het huishouden te doen. Hij doet nu enkel nog wat meer, zodat ik daar al geen energie moet insteken, maar die kan behouden om uitstapjes te maken of met de kleinkinderen bezig te zijn.
Binnen een jaartje ga ik met brugpensioen, zodat de spanning van kantoor ook wegvalt. Het sociale contact zal ik misschien missen, maar anderzijds moet ik mij niet meer druk maken over allerhande zaken en we zullen wel zien hoe we dan onze dagen gaan doorbrengen. Liefst nog zo mobiel mogelijk uiteraard.

Steun online

U kan de MS-Liga Vlaanderen o. a. steunen door een onlineschenking.

Voor giften vanaf 40 euro ontvangt u van ons een fiscaal attest.

Steun ons

Vragen?

Aarzel niet om ons te contacteren.