Wetenschappelijk onderzoek naar MS

Het promoten en ondersteunen van wetenschappelijk onderzoek naar MS is één van de belangrijkste pijlers van de MS-Liga Vlaanderen vzw. Deze doelstelling wordt geconcretiseerd via het MS-Steunfonds dat zich voor de selectie van projecten laat bijstaan door buitenlandse experten en een wetenschappelijk adviescomité, samengesteld uit een vertegenwoordiger van iedere Vlaamse universiteit en een vertegenwoordiger van het Nationaal MS Centrum te Melsbroek, het Revalidatie & MS Centrum in Overpelt, de MS-kliniek Heropbeuring ‘De Mick’ te Brasschaat en AZ Alma in Sijsele-Damme.

Via fondsenwerving en sensibilisatie van het brede publiek hoopt de MS-Liga Vlaanderen voldoende financiële middelen te blijven vergaren om tweejaarlijks via het MS Steunfonds nieuwe wetenschappelijke projecten te ondersteunen. Daarnaast staat het MS Steunfonds in voor de verwerking van initiatieven die gekoppeld zijn met wetenschappelijk onderzoek.

vrouw in labo

Medische updates via WOMS-info

Via WOMS-info, een halfjaarlijkse bijlage (maart en september) bij het ledenblad van de MS-Liga ‘MS-Link’, brengen vooraanstaande neurologen en wetenschappers u systematisch op de hoogte van het lopend wetenschappelijk onderzoek en de nieuwste inzichten.

Overzicht wetenschappelijk onderzoek 2018-2019

In 2018 werden er 11 wetenschappelijke projecten ingediend. Drie hiervan werden door de aangestelde experten geselecteerd voor financiering.

Over de 3 projecten

Antilichaam afhankelijke en onafhankelijke B cel functies in progressieve multiple sclerose
Prof. dr. Veerle Somers
Universiteit Hasselt

Multiple sclerose (MS) is een auto-immuunziekte waarbij het immuunsysteem het centrale zenuwstelsel, met name de hersenen en het ruggenmerg, aanvalt. De progressieve vorm van MS wordt gekenmerkt door graduele achteruitgang van de ziekte. Er zijn echter ook jonge MS patiënten die bij het begin van de ziekte al gediagnosticeerd worden met een progressieve vorm van MS. Het mechanisme dat aan de grondslag ligt van deze graduele achteruitgang is niet gekend en er is momenteel geen therapie beschikbaar waarbij progressieve MS kunnen genezen.

Er werd lang gedacht dat progressieve MS alleen gedreven werd door neurodegeneratie, maar onderzoek heeft aangetoond dat inflammatie ook een belangrijke rol speelt bij progressieve MS. Wij denken dat systemische inflammatie vooral een rol speelt bij de jongere progressieve MS patiënten met actieve ziekte, terwijl bij patiënten met een langere progressieve ziekte inflammatie vooral voorkomt in het centrale zenuwstelsel.

Eén van de belangrijke immuuncellen die een rol spelen in MS zijn B cellen. B cellen produceren antilichamen tegen lichaamseigen componenten, de zogenaamde auto-antilichamen. Eén van de meest recente behandelingen voor MS gaat specifiek de B cellen weghalen uit het bloed. Deze behandeling is zeer succesvol in het vertragen van de ziekte, zelfs bij progressieve patiënten. Hierbij werden vooral bij jonge progressieve patiënten met actieve ziekte veelbelovende resultaten behaald. Recente literatuur heeft aangetoond dat B cellen en antilichamen beide een belangrijk rol spelen in de ontsteking van een deel van de patiënten met progressieve MS.

Onze onderzoeksgroep heeft een nieuw doelwit gevonden waartegen antilichamen gericht zijn, namelijk SPAG-16. De aanwezigheid van deze antilichamen tegen SPAG-16 is geassocieerd met een erger ziekteverloop in progressieve MS. Het doel van dit project is om te bestuderen hoe anti-SPAG16 antilichamen bijdragen aan de progressie en actieve ontsteking van MS patiënten in een grootschalige longitudinale studie. In dit onderzoek zullen we anti-SPAG-16 antilichamen meten in het bloed van progressieve MS patiënten en dit associëren met ziekte progressie en actieve ontsteking. Verder zullen we onderzoeken of het SPAG-16 doelwit zelf verhoogd is in het plasma en in cerebrospinale vloeistof van progressieve MS patiënten. Naast het maken van antilichamen hebben B cellen ook antilichaam onafhankelijke functies zoals het presenteren van antigenen aan T cellen in actieve MS en het produceren van cytokines.

Onze hypothese is dat B cellen betrokken zijn in de pathologie van progressieve MS in een deel van de progressieve MS patiënten door antilichaam afhankelijke en onafhankelijke functies uit te oefenen. Om deze reden willen wij de bijdrage van B cellen onderzoeken in progressieve MS. Hiervoor zullen we onderzoeken welke soorten B cellen vooral aanwezig zijn in het bloed van progressieve MS patiënten. B cellen kunnen namelijk ingedeeld worden in B cellen die ontsteking zullen bevorderen of dit net zullen tegenwerken. Verder zullen we ook bepaalde functies bestuderen van B cellen zoals antigenpresentatie en cytokineproductie dewelke belangrijk zijn in het verergeren van de ontsteking.

Dit project zal de rol van B cellen in onstekingsprocessen van progressieve MS patiënten proberen te verklaren en zal mogelijk leiden tot nieuwe ziektemarkers die patiënten vroegtijdig kunnen identificeren, waardoor ze sneller en meer specifiek behandeld kunnen worden.

Genetische factoren verklaren waarom sommige personen met MS veel opflakkeringen doen en andere niet
Prof. dr. An Goris
Laboratorium voor Neuroimmunologie, KU Leuven

Voor personen met MS is één van de belangrijkste vragen hoe de ziekte hun leven op lange termijn zal beïnvloeden, met name of, hoe en wanneer ze beperkingen zullen ontwikkelen en hoe hun levenskwaliteit zal veranderen. Als voorbeeld zullen sommige personen met MS frequent aanvallen ontwikkelen zodat een vroege start met een agressieve behandeling noodzakelijk is om de ontwikkeling van beperkingen tegen te gaan. Andere personen met MS daarentegen blijven aanvalsvrij gedurende langere periodes, zelfs zonder dat een behandeling, met de eventuele neveneffecten daarvan, nodig is.

De laatste jaren boekten we veel vooruitgang in het bepalen van de genetische factoren die iemands risico op MS mee bepalen. We kennen nu meer dan honderd genetische risicofactoren die op een belangrijke rol van het immuunsysteem in de ziekte wijzen. Door te begrijpen hoe deze risicofactoren precies werken hebben we een beter inzicht gekregen in het ziekteproces en in hoe behandelingen daarop kunnen ingrijpen (zie ook MS-Link mei 2018).

In tegenstelling tot deze vooruitgang op het vlak van vatbaarheid, blijven de grote verschillen in ziekteverloop tussen personen met MS nog grotendeels onverklaard en zijn de huidige instrumenten om de evolutie te voorspellen zeer beperkt.

Onze onderzoeksgroep speelde een pioniersrol in het onderzoek naar die heterogeniteit of verschillen tussen personen met MS. We stelden vast dat de genetische factoren die iemands vatbaarheid mee bepalen niet het verdere ziekteverloop kunnen voorspellen. Andere genetische factoren zijn hier in het spel. Om die factoren te kunnen bepalen moeten we het genetisch materiaal en de gedetailleerde medische gegevens (aanvalsfrequentie, behandelingsgeschiedenis, …) van grote groepen personen met MS bestuderen. De deelname van vele Vlaamse personen met MS aan het onderzoek in UZ Leuven zorgt voor zo’n groep personen met MS die wereldwijd uniek is voor onderzoek.

In dit project identificeren we genetische factoren die de verschillen in aanvalsfrequentie tussen personen met MS verklaren. We verwachten dat de resultaten van dit onderzoek ons vertellen wat nu precies de aanvallen in MS veroorzaakt. Omdat dit andere factoren zijn dan de risicofactoren, geeft ons dat nieuwe inzichten en nieuwe aangrijpingspunten voor behandeling. Daarnaast draagt dit inzicht bij aan de mogelijkheden om de precieze behandeling af te stemmen op de situatie bij een individuele patiënt (precisie-geneeskunde).

Kunnen we adhv bepaalde biomerkers neurodegeneratie bij MS voorspellen?
Prof. dr. Miguel D’Haeseleer
UZ Brussel, Nationaal MS Centrum Melsbroek

Multiple sclerose is een chronische aandoening van het centraal zenuwstelsel die in onze streken geldt als een belangrijke oorzaak van neurologische invaliditeit bij jonge volwassenen. Het exacte ontstaansmechanisme is onduidelijk maar intermittente autoimmune ontstekingsreacties ter hoogte van de myeline, dit is de beschermende en isolerende witte laag rondom de lange uitlopers van de zenuwcellen (ook wel axonen genoemd), spelen een belangrijke rol in het verloop van de ziekte. Daarnaast kan echter ook na een zekere tijd de overleving van de axonen zelf in het gedrang komen. De processen verantwoordelijk voor deze axonale degeneratie zijn slecht begrepen en moeilijk te behandelen, maar dit gebeuren ligt aan de basis van de progressieve achteruitgang die patiënten kunnen ervaren en bepaalt in grote mate hun prognose op lange termijn.

Het verlies van hersenvolume (ofwel hersenatrofie) is een fysiologisch verschijnsel dat eigen is aan het ouder worden maar bij patiënten met multiple sclerose lijkt op te treden aan een tempo dat vele malen hoger ligt dan bij de normale bevolking. Het hersenvolume kan op relatief eenvoudige wijze worden gemeten aan de hand van een MRI onderzoek. Versnelde hersenatrofie bij multiple sclerose is het gevolg van axonale degeneratie en staat op zichzelf ook in verband met bestaande en toekomstige fysieke en cognitieve manifestaties van de ziekte. Tijdens een acute ontstekingsreactie bij multiple sclerose kan het axon zelf beschadigd raken maar over het algemeen lijdt dit niet tot ernstige permanente neurologische uitval. Deze studie probeert echter te onderzoeken of deze directe axonale schade door ontsteking wel een negatieve invloed heeft op het latere proces van hersenatrofie.

Voor ons onderzoek zullen patiënten met multiple sclerose worden gezocht die recente ontstekingsactiviteit hebben doorgemaakt (i.e. een klinische opflakkering of contrastcapterende letsels op MRI). Op dat moment zal er bloed worden afgenomen ter bepaling van de concentratie aan neurofilamenten, alsook 12 weken later, wanneer aangenomen kan worden dat de ontstekingsactiviteit terug zal zijn afgekoeld. Het verschil tussen beide metingen zal gelden als merker van de directe axonale schade ten gevolge van deze inflammatoire episode. Neurofilamenten zijn interne bestanddelen van een axon die vrijkomen wanneer er celschade, onafhankelijk van de oorzaak, optreedt.  Alle deelnemers zullen bij inclusie ook een MRI hersenen krijgen. Deze beeldvorming zal herhaald worden na 1 en 3 jaar ter bepaling van de graad van hersenatrofie over deze periode. Het statistisch model zal vervolgens onderzoeken of de neurofilament piek tijdens ontstekingsactiviteit voorspellend is voor de latere graad van hersenatrofie. Indien dit het geval is, krijgen we een beter inzicht in de mechanismen van hersenatrofie en neurodegeneratie in het algemeen bij multiple sclerose. Daarnaast zou er ook een rationale worden aangeboden om ontstekingsactiviteit bij deze ziekte agressiever te behandelen. Het innovatieve aan onze studie is dat er gebruikt wordt gemaakt van nieuwe en relatief eenvoudige biomerkers, met name neurofilament in bloed en hersenatrofie op MRI.

Steun ons

U kan de MS-Liga Vlaanderen o.a. steunen door een onlineschenking.

Voor giften vanaf 40 euro ontvangt u van ons een fiscaal attest.

Hoe steunen

Vragen?

Aarzel niet om ons te contacteren.