Rust? Daar neem ik het, als Gentse stadsdichter op rust, niet al te nauw mee. Momenteel ben ik al meer dan twee en een half jaar dagelijks aan het hardlopen. Dat is nog maar een schijntje van alle jaren waarin mijn grootvader door multiple sclerose aan bed was gekluisterd. Om fondsen in te zamelen voor MS-Liga Vlaanderen, zal ik op mijn duizendste hardloopdag op rij, op maandagavond 14 december, een uur lang rondjes draaien op de atletiekpiste in de Gentse Blaarmeersen.
Die uurloop is meteen ook een recordpoging. Mijn persoonlijk record staat sinds 6 oktober 1995 op 14 kilometer en 735 meter. Toen was ik 18, nu ben ik 49. Realistisch? Eerder dit jaar scherpte ik voor de tweede maal in deze hardloopreeks mijn PR op de halve marathon aan. Tijdens Bashir’s Run in Gentbrugge bleek ik al bijna vier minuten sneller dan mijn achttienjarige zelf.
Op dit moment staat het gemiddeld aantal afgehaspelde kilometers per dag op 12,4 km. Af en toe beloon ik mezelf met een korte, rustige tocht. Net zo goed beloon ik mezelf af en toe met een forse uitdaging. Na ettelijke marathons en enkele tochten langer dan dat, overbrugde ik eind augustus 70 kilometer tussen het (groot)ouderlijke huis in Bonheiden en mijn huidige verblijfplaats in Gent.