Technieken voor het vaststellen van een diagnose van MS

MRI-scanner en beeldvorming om MS te diagnosticeren

MRI-scan

MRI (Magnetic Resonance Imaging) is een medische beeldvormingstechniek om de interne structuur van de hersenen en het ruggenmerg te visualiseren. De MRI-scan geeft zo – in het geval van MS – een beeld van de daar opgelopen schade en ontstekingsletsels. MRI wordt daarom ook gebruikt om de evolutie van de ziekte op te volgen. 

In de Belgische geneeskunde gebruikt men soms de term NMR (Nuclear Magnetic Resonance). 

Weetje: niet alle MS-letsels op een MRI geven klachten, net zoals niet alle MS-klachten via een MRI-scan op te sporen zijn.

Lumbaalpunctie om MS te diagnosticeren

Lumbaalpunctie

Bij een lumbaalpunctie wordt er, via een prik in de onderrug, een kleine hoeveelheid hersen- en ruggenmergvocht afgenomen uit de ruimte onder het ruggenmerg. Dit vocht onderzoekt men vervolgens in het laboratorium op de aanwezigheid van antilichamen (oligoclonale bandjes) en onderdelen hiervan (kappa free light chain) in het centraal zenuwstelsel die niet in het bloed terug te vinden zijn.

Een lumbaalpunctie gebeurt steeds in het daghospitaal, gevolgd door enkele uren platte bedrust.

Weetje: niet iedere MS-diagnose vraagt om een lumbaalpunctie, in sommige gevallen is het al duidelijk zonder punctie.

Test geëvoceerde potentialen om MS te diagnosticeren

Geëvoceerde potentialen

Bij deze test worden zintuigen en/of spiergeleiding vanuit het centraal zenuwstelsel gestimuleerd. De reacties van het zenuwstelsel worden via elektroden gemeten in de vorm van elektrische signalen. Zo kunnen artsen met deze test eventuele vertragingen opsporen in de geleiding van prikkels door specifieke zenuwbanen. Bij MS kan de geleidingssnelheid van prikkels vertraagd zijn door schade aan de myelinelaag.

Geëvoceerde potentialen helpen om spreiding van MS-letsels in de ruimte op te sporen. Soms zijn er namelijk klachten zonder corresponderend MRI-letsel die men wel op deze test terugvindt.

Bloedstaaltjes en resultaten om MS te diagnosticeren

Bloedonderzoek

Het bloed wordt uitgebreid onderzocht. Dit dient vooral om andere ziektes uit te sluiten. Tot op heden kan MS nog niet in het bloed worden aangetoond.

 

Noot: in sommige gevallen is het nodig om waakzaam af te wachten voor er een diagnose MS gesteld kan worden. Artsen volgen dan iemand van wie ze vermoeden dat die MS heeft, op doorheen de tijd. Met consultaties en herhaling van bovenstaande testen hoopt de arts dan om, bij onduidelijkheid bij het begin van de klachten, later alsnog het missende puzzelstuk op te pikken.