Om MS goed te behandelen, is het belangrijk om de ziekte en haar evolutie zo nauwkeurig mogelijk op te volgen. Vandaag gebeurt dat onder meer via neurologisch onderzoek, MRI-scans en bloedafnames. Soms is ook een ruggenprik nodig. Deze onderzoeken leveren waardevolle informatie op, maar geven niet altijd het volledige beeld van wat er in het lichaam gebeurt. Bovendien zijn sommige onderzoeken belastend of minder geschikt om regelmatig te herhalen.
Onderzoekers gaan daarom op zoek naar nieuwe, eenvoudige manieren om ziekteactiviteit en veranderingen bij MS in kaart te brengen. Daarbij komt een verrassende bron van informatie in beeld: traanvocht. Tranen bestaan namelijk uit veel meer dan water. Ze bevatten onder andere eiwitten, vetten en genetisch materiaal. Veranderingen in deze stoffen kunnen mogelijk iets vertellen over processen die zich elders in het lichaam afspelen. Tegelijk is traanvocht eenvoudig en vrijwel pijnloos te verzamelen.
Twee van de geselecteerde onderzoeksprojecten bekijken daarom vanuit een verschillende invalshoek wat traanvocht ons kan leren over MS.