PROJECT 1 en 2: Wat kunnen tranen ons leren over MS?

Om MS goed te behandelen, is het belangrijk om de ziekte en haar evolutie zo nauwkeurig mogelijk op te volgen. Vandaag gebeurt dat onder meer via neurologisch onderzoek, MRI-scans en bloedafnames. Soms is ook een ruggenprik nodig. Deze onderzoeken leveren waardevolle informatie op, maar geven niet altijd het volledige beeld van wat er in het lichaam gebeurt. Bovendien zijn sommige onderzoeken belastend of minder geschikt om regelmatig te herhalen. 

Onderzoekers gaan daarom op zoek naar nieuwe, eenvoudige manieren om ziekteactiviteit en veranderingen bij MS in kaart te brengen. Daarbij komt een verrassende bron van informatie in beeld: traanvocht. Tranen bestaan namelijk uit veel meer dan water. Ze bevatten onder andere eiwitten, vetten en genetisch materiaal. Veranderingen in deze stoffen kunnen mogelijk iets vertellen over processen die zich elders in het lichaam afspelen. Tegelijk is traanvocht eenvoudig en vrijwel pijnloos te verzamelen. 

Twee van de geselecteerde onderzoeksprojecten bekijken daarom vanuit een verschillende invalshoek wat traanvocht ons kan leren over MS.

Project 1: Kunnen tranen helpen om multiple sclerose beter op te volgen?

We bekijken nauwkeurig welke stoffen aanwezig zijn in het traanvocht van personen met MS. Hiervoor gebruiken we verschillende analysemethoden. Elke methode brengt andere soorten stoffen in kaart. We willen ontdekken welke informatie het meest bruikbaar is en welke methode de meest betrouwbare resultaten oplevert. 

Vervolgens bekijken we of de veranderingen die we in het traanvocht vinden, samenhangen met kenmerken van MS die we ook op andere manieren kunnen vaststellen. Zo proberen we beter te begrijpen wat tranen ons kunnen vertellen over wat er bij MS in het lichaam gebeurt. 

 

Onderzoekers: Dr. Melissa Schepers en Prof. Dr. Tim Vanmierlo (Universiteit Hasselt | Universiteit Maastricht), Dr. Marlies Gijs (Universiteit Maastricht), Dr. Oliver Gerlach (Academisch MS centrum Zuyd, Universiteit Maastricht) 

Project 2: Kunnen tranen ons helpen om smeulende MS op te sporen? 

We onderzoeken of de hoeveelheid CHI3L1 in traanvocht verschilt tussen de groepen en of deze samenhangt met ziektekenmerken en veranderingen in het functioneren. Ook bekijken we of de CHI3L1-waarde bij de start mogelijk verband houdt met de verandering in iemands functioneren na één jaar. 

Dit onderzoek zal eerst proberen aan te tonen of CHI3L1 in traanvocht een veelbelovende biomarker is. Het is nog geen test die in de routinepraktijk kan worden gebruikt. Bij positieve resultaten zijn grotere en langere vervolgstudies nodig.  

Aan het onderzoek zullen minstens 60 mensen met MS deelnemen: 30 met relapsing-remitting MS en 30 met progressieve MS. Daarnaast worden 20 gezonde deelnemers onderzocht. Alle deelnemers met MS moeten worden behandeld met een anti-CD20-medicijn: dit helpt om de variatie door verschillende medicaties te beperken. Zowel bij de start van het onderzoek als na één jaar zal traanvocht verzameld worden. Ook worden neurologische testen zoals loopsnelheid, handvaardigheid, cognitieve snelheid, OCT-onderzoek (netvlies scan) en beschikbare MRI-gegevens bekeken. 

 

Onderzoekers: Prof. dr. Barbara Willekens (Neuroloog, Universitair Neuroimmunologie Centrum Antwerpen, Dienst Neurologie, Universitair Ziekenhuis Antwerpen en Translationele Neurowetenschappen en Laboratorium voor Experimentele hematologie, Faculteit Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen, Universiteit Antwerpen), Dr. Mohammed Alsaddi (Neuro-oftalmoloog, Dienst Oogheelkunde, Universitair Ziekenhuis Antwerpen), Prof. dr. Marlies Gijs (Onderzoeker aan de Universiteitskliniek voor Oogheelkunde, Maastricht Universitair Medisch Centrum)

Beide onderzoeken bevinden zich nog in een verkennende fase. Een eenvoudige traanvochttest voor MS bestaat dus nog niet. Maar als tranen betrouwbare informatie blijken te bevatten over ziekteactiviteit en ziekte-evolutie, kunnen ze op termijn misschien bijdragen aan een eenvoudigere, minder belastende en patiëntvriendelijkere opvolging van MS. 

Project 3: Dragen verouderde ‘schuimcellen’ bij aan de achteruitgang van MS?

Bij MS valt het afweersysteem het centrale zenuwstelsel aan. Daardoor raakt myeline, de beschermende laag rond onze zenuwen, beschadigd. Hierdoor worden zenuwsignalen minder goed doorgegeven, wat uiteindelijk kan leiden tot blijvend functieverlies. Hoewel bestaande behandelingen ontstekingen en opstoten kunnen verminderen, is het nog steeds een grote uitdaging om de verdere achteruitgang van de ziekte volledig te stoppen, ook bij oudere mensen met MS. 

Verouderde schuimcel

Wat zijn schuimcellen? 

In dit onderzoek richten we ons op een bijzonder type afweercellen: de macrofagen. Je kunt deze cellen zien als ‘grote eters’ of de opruimdienst van ons afweersysteem. Hun taak is om beschadigd of ongewenst materiaal op te ruimen. Bij MS spelen ze een belangrijke rol bij het opruimen van beschadigd myeline. Helaas raken deze cellen overbelast als ze langdurig myeline moeten opruimen. Hierdoor geraken ze overladen met vetdruppels, wat een belangrijk bestanddeel van myeline is, en krijgen ze onder de microscoop een schuimachtig uiterlijk. Daarom worden ze schuimcellen genoemd. Door overbelasting gaan schuimcellen vervroegd verouderen en minder goed functioneren. Bovendien geven ze stoffen vrij die ook naburige cellen aanzetten tot vroegtijdige veroudering. Opvallend is dat we deze verouderde schuimcellen terugvinden in letsels van mensen met chronisch progressieve MS. Dit doet vermoeden dat ze mogelijk bijdragen aan de blijvende schade aan het zenuwstelsel en aan de verdere achteruitgang van de ziekte. 

Met dit project willen we beter begrijpen hoe en wanneer verouderde schuimcellen ontstaan en welke rol ze precies spelen bij de ziekteprogressie. Door betere inzichten te krijgen in dit verouderingsproces hopen we het ontstaan van deze verouderde schuimcellen af te remmen, te voorkomen of eventueel zelfs terug te draaien.

 

Op de afbeelding hierboven werden macrofagen, geïsoleerd uit het bloed van gezonde donoren, gedurende langere tijd gevoed met grote hoeveelheden myeline. Dit leidde tot de vorming van schuimcellen met de karakteristieke opstapeling van vetdruppels (rood) en kenmerken van cellulaire veroudering (groen en paars). 

 

Onderzoekers: Dr. Jana Van Broeckhoven (Postdoctoraal onderzoeker, UHasselt – BIOMED), Prof. Dr. Niels Hellings (Professor Immunologie, UHasselt – BIOMED), Marie Rutten (Postdoctoraal onderzoeker, UHasselt – BIOMED) 

Projecten die reeds steun ontvingen

Wetenschappelijk onderzoek 2024-2025

Wetenschappelijk onderzoek 2024-2025

Kan bepaalde voeding het ziekteproces bij MS afremmen? En een zoektocht naar een betere visualisatie van herstel bij personen met MS.

Wetenschappelijk onderzoek 2022-2023

Wetenschappelijk onderzoek 2022-2023

Onderzoek naar eiwitmodificaties bij personen met MS en een nieuwe strategie om zenuwcellen te beschermen bij MS?